Verhalen en gedachten over dingen in mensenlevens

Guidel Plages

Ik schrijf dit op een balkonnetje van 2 bij 2 meter, 2 hoog. Door mijn stijlvolle groengrijze Fondation Louis Vuitton-oortjes - gratis gekregen trouwens - luister ik naar Le Métèque van Georges Moustaki. Het contrast met de joelende, jengelende, plonzende en spetterende kinderen aan het zwembad aan de voet van mijn balkon, kan niet groter zijn.

Een stevig gebouwde papa speelt enthousiast met zoon en dochter. Hoopt hij op deze manier een jaar met te weinig aandacht voor zijn kinderen goed te maken? Of is hij zo’n voorbeeldige moderne speelse papa? Ik kan het niet uit zijn gedrag afleiden, noch uit het gezicht van zijn vrouw dat verborgen zit onder een verbleekte scheefgezakte parasol. Vakantieverval. 

Een jonge mama met sobere zwarte bikini leert haar zoontje aan het water wennen. Met oranje zwembandjes om zijn breekbare armpjes springt hij voorzichtig, maar met de nodige moed en onder stevige aanmoediging van zijn mama, fluks het zwembad in. Om dan proestend boven water te komen, het hoofdje schuddend als een jong hondje. 

Voorbij een betonnen laagbouw met mosdak en voorbij de weg, glinstert de zon eindeloos in alle tintelingen op de Atlantische oceaan die zich niets aantrekt van de mensendrukte langs zijn gerafelde kusten. Het is uitzonderlijk warm en windstil vandaag. Er zijn amper golven. Het is alsof de lome zomerwarmte die drukt op het land, ook de zee in haar macht heeft. 

Wat hou ik van dit zeezicht: zandbaaitjes waar een kabbelende zee het strand streelt; schijnbaar willekeurig rondgestrooide rotsen die weerstand bieden aan de kracht van het water; falaises die ieder moment een stuk aan de zee moeten prijsgeven; witgeschilderde huizen die zo dicht bij de kliffen staan dat ze lijken te flirten met de zwaartekracht; statige landhuizen omringd door donkergroene bossen en luchtige boomgaarden met een naar zee afhellende tuin waar blauwe hortensia’s om aandacht vragen; zwarte aalscholvers die in groep rusten op witgekakte rotsen, het onvermijdelijke gekrijs van de meeuwen; duizelingwekkende scheervluchten van zwaluwen op jacht naar insecten; zwarte vertikale streepjes aan de einder die de zeilboten markeren; korte platte lijntjes van motorboten die zich jachtig over het water bewegen en dichterbij de deinende stippen van zwemmers. En ondertussen zingt Charles Trenet melancholisch ‘que reste t’il de ces beaux jours’. Het Frankrijk van weleer. 

Het is nu vijf uur later, het is hoogtij en de zon is bijna onder. Een plakkerige zeekilte maakt zich van de kust meester. Ik ruik en proef het zout. Het is stil geworden in Guidel Plages. Eindelijk. Op mijn balkonnetje hoor ik enkel nog het ruisen van de zee en het ritmisch breken van de golven op de rotsen. Zo voelt eeuwigheid, denk ik. Ritmische levendige herhaling.

(juli 2019)

Blij je als lezer te verwelkomen

Schrijf je in voor een maandelijkse dosis eigenzinnige en inspirerende mensendingen in je digitale brievenbus.